Voorbeelden van het gebruik van Afblazen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En ze gaan zo los dat ze het diner met Henry Miller afblazen.
Ja. Ik… Ik moest wat stoom afblazen.
Oplossing voor het afblazen van water van treinwagons.
Dat je je eigen bruiloft bleef afblazen, was het echte teken.
Daarna moesten we de operatie afblazen.
Ik vind dat we de operatie moeten afblazen.
We moeten die klus afblazen.
Ja. Ik… Ik moest wat stoom afblazen.
Jongen, het afblazen van het huwlijk, gooit zeker roet in het huwlijksreisje.
Ook is het schoonmaken van de auto net zo eenvoudig als stof afblazen.
Dat je je eigen bruiloft bleef afblazen.
Maak je geen zorgen. Stoom afblazen?
Dat betekent dat ik de missie zelf moet afblazen.
Nee. Je kan die bespreking niet afblazen.
En moet je de bruiloft afblazen.
Ja. Ik… lk moest wat stoom afblazen.
En veroordeeld worden omdat we een geldinzameling afblazen?
Wijlie onze aanval afblazen.
Ik denk, dat we zouden moeten afblazen.
Hodgins, je moet dit onmiddellijk afblazen.