Voorbeelden van het gebruik van Afkeuren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik weet dat de mensen het afkeuren.
Ik zie dat niet als het afkeuren van wraak.
Deze moeten we dan helaas afkeuren.
Ik dacht dat u het zou afkeuren, Uwe Majesteit.
Ik zal de wapenhandel en mijn betrokkenheid afkeuren.
Bovendien kan een commissie volgens Hol achteraf moeilijk proefschriften afkeuren.
Je bent bang dat ik haar zou afkeuren.
Lk zal de wapenhandel en mijn betrokkenheid afkeuren.
Dat moeten we ten stelligste afkeuren.
Ze denkt dat moeder het zal afkeuren dat we samen gezien worden.
Daarom moeten we dit verslag afkeuren.
Niets dat je zou afkeuren.
kunnen ze de taak goedkeuren of afkeuren.
Je gaat 't niet afkeuren of oordelen?
Aan niets wat jij zou afkeuren.
En iedereen mag 't zomaar afkeuren.
Alleen zodat ze ons zullen afkeuren.
Wij zullen je nooit beschuldigen of afkeuren.
Ik denk dat hij het zou afkeuren.
Ik wist dat je dat zou afkeuren, Darcy, maar.