Voorbeelden van het gebruik van Agentje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Meneer het agentje.
Ik heb een agentje als partner.
Erin. Doei, agentje.
Dit spelletje wil je niet spelen, agentje.
Waar is Agentje Nieuw geld?
het wordt lawaaierig. Agentje.
Hij zei agentje en Roger.
Ja, jij ook, agentje.
Wat zegt dat over jou, agentje?
Dit spelletje wil je niet spelen, agentje.
Een beginnend agentje.
Erin. Doei, agentje.
Gaat agentje Raymond meespeuren?
Agentje nieuw geld… Okay. Handboei me.
Of jullie gaan rustig mee… of het wordt lawaaierig. Agentje.
Hij speelde… agentje… met een neppistool.
Want ik had nu al wel bijna thuis kunnen zijn, agentje.
Blijf staan. Ik dacht het niet, agentje.
een vermomd Mossad agentje zijn?
Het is gewoon een speeltje. Hij speelde… agentje… met een neppistool.