Voorbeelden van het gebruik van Ben hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij is het. Ik ben hem.
Ja, ik ben ouder maar ik ben hem.
Hij is mij, en ik ben hem.
Hoezo? Ik ben hem.
Ja, ik ben hem.
Hij is het. Ik ben hem.
Ik ben hem.
Ik ben hem ongeveer drie duizend schuldig.
Ik ben hem weer.
Okee, ik ben hem, hij is cool.
Jij ben hem, kerel.
Ik ben hem. Ik heb gewonnen.
Jimmy Damon. Ik ben hem ongeveer drie duizend schuldig.
Jimmy Damon. Ik ben hem ongeveer drie duizend schuldig.
Ik ben hem aan het ontwerpen.
Ik ben hem.
Ik ben hem.
Ik ben hem aan het klaarmaken.
Ik ben hem toch?
Ik ben hem onwaardig.