Voorbeelden van het gebruik van Betaal jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Als Shaw de volgende lekt, binnen twee dagen… betaal jij.
Betaal jij voor z'n eten?
Betaal jij hem maar. Hier.
Zullen we gaan? Betaal jij?
Betaal jij, ik pak de koffers.
Zullen we gaan? Betaal jij?
Sunbae betaal jij nu de prijs voor jouw misdaad.
Kom op. Betaal jij?
Daar betaal jij me toch voor?
Daar betaal jij me toch voor?
Als Abrahams wint, betaal jij.
De volgende… betaal jij.
Volgende keer betaal jij.
Maar als Porco wint, betaal jij zijn rekeningen.
Betaal jij?
Betaal jij de stroomrekening?
En betaal jij deze mannen.
Betaal jij mijn drankje?
Betaal jij Haley om met mij te gaan rijden?
Als het niet lukt, betaal jij.