Voorbeelden van het gebruik van Bezit het in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En ik baat het niet uit, ik bezit het.
De Graal bezit het. Magazijn in Osaka.
Zeker dat je ouders de hele dag weg zijn? Bezit het, meid.
Marconi's shellbedrijf bezit het.
Klopt, ik bezit het.
Mijn oom bezit het.
Dat is voldoende. Ik bezit het.
Waar ga je heen? De dokter bezit het.
De dokter bezit het.
Western Trust Bank bezit het.
Bezit het de eeuwenoude tradities van de gilden?
Iedereen bezit het.
Rommel bezit het.
Hij bezit het.
Hoeveel waarde bezit het?
Daarnaast bezit het een van de grootste landbouwgebieden ter wereld.
Deze machine bezit het redelijke, stabiele
Zij zelf bezit het grootste en beste drug store in de stad.
Ik bezit het eigenlijk.