Voorbeelden van het gebruik van Bijleren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Simpel: heel veel opleidingen en nog meer bijleren van fantastische collega's.
Niet panikeren, je zal niets bijleren.
Het is een proces van Afleren en Bijleren.
Laverne, Larry, laten we samen wat bijleren.
Educatie Ervaring weerhoudt er ons niet van te blijven bijleren.
Ik kon niet blijven bijleren van hen.
De jongens moeten nog bijleren.
Ik wil een baan waarin ik kan bijleren en groeien.
Gewoon beetje bij beetje bijleren.
In die tijd kun je van alles bijleren.
internationale activiteiten en continu bijleren in plaats van dagelijkse routine.
Zullen we niks bijleren.
De jongens moeten nog bijleren.
Ik ben er zeker van dat u iets zult bijleren over Antwerpen!
Ik moet nog wel wat bijleren.
We zijn nooit klaar met bijleren.
We moeten snel bijleren.
Ze willen bijleren in een leuke omgeving.
Wil jij graag bijleren en deel uitmaken van een echt project?
Die altijd willen bijleren en hun kennis delen met hun collega's?