Voorbeelden van het gebruik van Bloempje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hallo, bloempje.
Ik ben geen teer bloempje.
Ze is geen verwelkend bloempje, vriend.
Kom eens, teer bloempje.
Bloempje heeft een lijf van gefacetteerd helder kristal.
Bloempje?- Zegt hij dat?
Bloempje?- Zegt hij dat?
Bloempje slaapt de hele winter.
zoals Stampertje en Bloempje.
Bluebelle is de eerste die een partner kan kiezen, en ze kiest Bloempje.
daar hadden wij ons blije Bloempje weer terug.
Wakker worden, Bloempje.
Zegt hij dat? Bloempje?
Zegt hij dat? Bloempje?
Word eens wakker, Bloempje.
Kom op, Bloempje.
Hij mag me best bloempje noemen als hij dat wil.
Jij bent een bloempje.- Luister, schat.
Hoe gaat 't bloempje? Hoe is 't?