Voorbeelden van het gebruik van Bus halen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De bus halen naar het bal.
Ze wilde zo graag de bus halen dat ze erachteraan rende.
Daarna de bus halen van 4 uur, om naar de plek.
Ik ga een bus halen, terug naar DC.
Kom, we moeten de bus halen naar Five Points, Denver.
Ik moet de bus halen… nee hè.
Ik moet de bus halen.
Nee, ik moet de bus halen.
We moeten toch de bus halen.
Ze moet de bus halen.
Ik moet jammer genoeg de bus halen.
Ik moet mijn bus halen.
Dan zijn we daar.. 2B ers gaan de bus halen.
Ik moet een bus halen.
Ik moet de bus halen.
Moet je de bus halen?
Ik wil nu de bus halen in Oklahoma.
Ik ga maar, ik moet ook een bus halen.
Ik kan nooit een bus halen.
Ik kan nooit een bus halen.