Voorbeelden van het gebruik van Chillen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik dacht dat we gingen chillen.
Ik kan niet chillen.
Chillen met Rakeesha.
Agnes en ik chillen wat op onze nieuwe stek.
Nee nee nee. Chillen.
Ze kan daar chillen.
Zie iedereen chillen in de onsen!
Chillen met mijn vriend, modellenwerk doen enzo.
Ik weet niet, chillen.
Nee, gewoon chillen.
Of chillen met mensen?
Chillen met de mannen?
Snacken, laat opblijven. Chillen.
Meeldauw gaat chillen.
Chillen bij Infosys.
Plezier hebben en chillen met vrienden.
Met vrienden chillen.
Ik dacht dat we zouden chillen.
Chillen in 't donker?
Zijn wij aan het chillen?