Voorbeelden van het gebruik van Chocola in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik wou chocola.
Het was de drank of de chocola.
Sorry, kon geen chocola vinden.
Aardbei en zelfs chocola smaakten.
En dan de bloemen en de chocola.
Geen zorgen, pa, neem je chocola.
Meiden houden van chocola. Chocola.
Ik wil meer chocola.
Hij staat bij de balie en wacht op zijn chocola en brood.
Dan krijg je vast zoveel chocola als je maar wilt.
Ja, Witte Chocola.
Een koffie en een warme chocola. Dat is dan zestig cent.
Ik heb Adrien's favoriete smaak, chocola.
En ik heb chocola.
Warme chocola, hete grog,
Ik zie helemaal geen chocola.
Jill en Sophia willen altijd wat met chocola.
Wacht, ik ruik chocola… karamel… en conformiteit.
Kijk dan: wijn, chocola.
Of je kunt nog drie kokosnoten en twee chocola nemen.