Voorbeelden van het gebruik van Dag weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De werkers waren een dag weg.
In geval van nood ben ik maar een halve dag weg.
Voor de sekstape, voor alles! voor'Dag weg van kantoor', voor.
Koud één dag weg en ik mis mijn lieverd nu al.
Wij nemen de dag weg en ziet! zij zijn in duisternis!
Koud één dag weg en ik mis mijn lieverd nu al.
We dronken de dag weg met een meeneem pizza.
Ze is alleen een dag weg geweest en ik mis haar zoveel.
Wij zijn een dag weg van schoppen deze vreemdelingen in hun tanden.
Hij is een dag weg en ik mis hem nu al.
Een dag weg met de kinderen?
Haar moeder liep op een dag weg en kwam nooit meer terug.
De hele dag weg, zonder je geliefde hondje?
Hij is nog maar een dag weg. Ik weet het.
We zijn maar een dag weg, hooguit twee.
Ze is een dag weg, misschien komt ze terug.
Ze is een dag weg, en… Je moet nu alleen volhouden.
Maar die gingen op een dag weg en zijn niet teruggekomen.
Hij is een dag weg met z'n vrienden uit het kamp.
AIs hij een dag weg was om te goIfen.