Voorbeelden van het gebruik van De feestdag in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De belangrijkste feestdag van de satanist is zijn eigen verjaardag.
De feestdag begon als protest tegen oorlog.
Het is de feestdag van de amandelboom.
Over het algemeen de feestdag thuis was goed.
De feestdag wordt ook wel Ullortuneq genoemd.
Alleen de feestdag is definitief vastgesteld- dit is zondag. 3.
Wij zijn gesloten ivm de Belgische feestdag Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart.
Kerstmis is de feestdag die de winter op de voet gevolgd door Valentijnsdag markeert.
Dat is de heidense feestdag van de overwonnen zon.
De feestdag werd voor het eerst gehouden op 20 januari 1986.
Zodat je de feestdag kon vermijden.
De feestdag is nog niet begonnen.
Daarbij is het de feestdag van Sint Maarten het sint-maartensfeest.
De feestdag wordt echter ook nog in enkele andere landen gevierd.
De feestdag van Odrada is 5 november.
De feestdag heeft zowel een religieuze als een niet-religieuze betekenis.
De feestdag van de heilige Gerlachus wordt gevierd op 5 januari.
De feestdag van bisschop Fructuosus van Tarragona is op 21 januari.
De feestdag van de heilige Remaclus is op 3 september.
De liturgische feestdag is 12 mei.