Voorbeelden van het gebruik van De week is in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar 6 krieleitjes in de week is ook wel weer genoeg voor mij alleen.
De week is van zaterdag 16 tot zaterdag 10.00. Periode.
Dollar en de week is nog niet om.
Het einde van de week is vrijdag?
De week is voorbij.
De week is volgepakt met avonturen voor het hele gezin.
De week is even aangenaam voor niet-Christenen.
Welke dag van de week is het?
De week is lang.
En welke dag van de week is het?
Welke dag van de week is het?
De week is bijna voorbij.
Een minimale tijd van de praktijk in de week is vereist.