Voorbeelden van het gebruik van Dingen regelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Lk moet dingen regelen.
Ik moet gaan, dingen regelen.
Lk moest verantwoordelijk zijn, de dingen regelen, en dat heb ik gedaan.
Ik moet wat dingen regelen voor de begrafenis.
Om een cursus te volgen moet je drie dingen regelen.
Sorry. Ik moet nog wat dingen regelen.
Ik moet een paar dingen regelen.
Nu, ik moet wat dingen regelen.
Ik moest een paar dingen regelen.
Ik moest wat dingen regelen.
Ik moest wat dingen regelen.
Ik moest wat dingen regelen.
Zij moest dingen regelen.
Ik meen het. Dingen regelen.
Ik moet nog wat dingen regelen.
Ik moet dingen regelen.
Dingen regelen.
Dingen regelen.
Dingen regelen. Ik meen het.
Hoe kan je dingen regelen in een kleine kast?
