Voorbeelden van het gebruik van Dingen doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik kan alle dingen doen.
Ze liet me dingen doen.
Ik moest wat dingen doen.
Ik weet het, maar ik moet dingen doen.
De afleiding van dingen doen, met elkaar, werkt goed.
Je gaat dingen doen waarover je me niks mag vertellen.
Hij wil goede dingen doen.
Ze laat je dingen doen.
Het kan onmogelijke dingen doen.
Ik moet nog wat dingen doen.
De vrouwen die dingen doen.
Ik moet dingen doen.
Gewoon dingen doen, omdat jij ze leuk vindt.
In 'n hotel ga je dingen doen.
Wie zou dit soort dingen doen?
Misschien kunnen we een band scheppen, dingen doen.
Waarom? Hij wilde andere dingen doen.
Ik moet nog wat dingen doen.
Dat is niet hoe we dingen doen.
De oude manier van dingen doen, is nu voorbij.