Voorbeelden van het gebruik van Dolgraag in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik zou dolgraag willen weten wat de man denkt.
Oh vader, dolgraag.
Jesus ziet je dolgraag terug.
Ik ben een vrouw die haar man dolgraag terug wil.
De kinderen willen je dolgraag zien.
Je weet dat ik dolgraag samen met je ben.
Spitter had dolgraag met Robin willen praten.
Ze wil dolgraag moeder zijn.
Ik zou dolgraag voor Dr Boudreaux werken.
Hij wil het dolgraag.
Ik wil m'n kleindochter dolgraag zien.
Ze willen het dolgraag verhuren.
Einde. Deze woorden wil ik dolgraag typen.
Ik wil dolgraag weer met je spelen.
Ze wil me dolgraag zien. Meneer Sexy.
Ik wilde dolgraag hier komen werken.
Ik wil dolgraag met je praten.
Daar wil Matt dolgraag mee praten.
Ik wil hem dolgraag terug.
Einde. Deze woorden wil ik dolgraag typen.