Voorbeelden van het gebruik van Een joint in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Tante Ketty. Een joint is geen drug.
Een dikke joint rokend.
vodka lime, een joint.
Tante Ketty. Een joint is geen drug.
Dan wil ik een dikke joint roken.
Twee. Twee? Ik rookte een joint.
Ik hou het meestal bij een joint.
Maar het is altijd tijd voor een joint.
Het is net als een joint roken.
Toen we z'n auto doorzochten, vonden we een dikke joint.
Je rookt een joint.
Je krijgt een joint.
Het is net als een joint roken.
En dat is een joint.
Mijn haar.-Ik wil gewoon een joint.
Hij heeft een joint.
Toen we z'n auto doorzochten, vonden we een dikke joint.
Ik rookte een joint.
Je krijgt een joint.
We rookten een joint.