Voorbeelden van het gebruik van Een joint in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Is dat een joint in je mond?
Rook je een joint?
Is dat een joint?
Een joint straks.
Ik rookte een joint en ik drink nu bier. Louis?
Miss California met een joint in haar mond en een chip op haar schouder.
Ik heb een joint gerookt.
Er zit een joint in m'n tasje.
Ik geef je een joint als je hem een paar tikken geeft Yeah.
Een joint aan het roken.
Cocon.-Met een joint in je hand.
Wil je een joint?
Mag ik een joint roken?
Heb je een joint voor mij?
Een joint met z'n beste zelfgekweekte.
Misschien een joint waard.
We rookten een joint op de parkeerplaats.
Ik ga een joint roken.
Heb jij een joint gerookt?