Voorbeelden van het gebruik van Een schaap in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wil je een schaap zijn?
Een schaap Monger?
Een schaap.
Een schaap in wolvenkleren.
Als je een schaap alleen laat,
Ik heb een schaap nodig.
Als je een schaap wil blijven, blijf maar wachten.
Gek is een schaap dat vrede wil met een wolf.
Ik mis een schaap en een engel.
Een schaap.
Een schaap.
Hij heeft een schaap gemolken.
We doden een schaap en drinken airag.
Misschien een schaap.
Ooit zag ik een schaap met vijf poten.
Waarom zou hier een schaap zijn?
Of een schaap.
Of een schaap, of een geit, of een raceduif.
Ooit zag ik een schaap met vijf poten.
Een schaap en een kalf.