Voorbeelden van het gebruik van Een schim in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Verdwijn jij maar weer als een schim.
Iets in mij, een schim van Suryavarman, triompheerde.
maar trouw aan een schim.
Ik was al een schim.
Ik zag het nog, voor het een schim van zichzelf was.
Hij was net een schim.
Jij bent maar een schim.
Op mijn geheime deken verschijnt ze als een schim uit de fles.
Alsof hij ronddoolde als een schim.
In de bibliotheek van het museum ziet hij een schim.
Hij is een geest, een schim.
Hij roept de hele tijd mijn naam, Als een schim uit het niets.
Zij is nog maar een schim.
Is hij echt een schim?
Jij bent maar een schim.
Je moet stoppen met leven met een schim.
Het was donker, en ik zag een schim.
Goed werk. Ze is een schim.
Ik voel het antwoord, of een schim ervan.
Dan word ik een schim.