Voorbeelden van het gebruik van Een virus in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Sinusitis is het resultaat van een virus of bacteriële infectie.
T Is een virus.
Dat betekent dat e-mails die geïnfecteerd zijn met een virus niet door ons ontvangen worden.
Deze staking is nu een virus.
Hij besmette de belastingdienst met een virus.
Urineweginfecties kunnen worden veroorzaakt door bacteriën, een virus, schimmel of zelfs parasiet.
Ze pept hem op met een virus.
Je verwart me met een ander virus.
En toen ze hem dumpten, besmette hij ze met een virus.
Iets met 't milieu of een virus.
Het is maar een virus.
Op de 10 computers raakt geïnfecteerd met een virus iedere maand 4.
door het milieu of een virus.
De dokter zei dat ik een virus opgelopen had.
Jullie hersenen hebben een virus.
Dan is het een bacterie of een virus.
In dat oude vlees zit een eeuwenoud virus.
Ik denk niet dat het een virus is.
De Cylons stuurden een virus.
Dan moet het een virus zijn.