Voorbeelden van het gebruik van Eens bellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Laat Barbara eens bellen.- Goed.
Laat ik ze eens bellen.
Je moet eens bellen.
Ik mocht u niet eens bellen.
Je kan niet eens bellen.
Laat me eens bellen.
zou ik niet eens bellen.
Ze kan Maxine niet eens bellen, nu.
niet eens bellen.
Ik ga nog eens bellen.
Ik zal hem eens bellen.
Kunnen we nu niet eens bellen?
Goed. Laat Barbara eens bellen.
Zal ik haar eens bellen?
Ik ze niet eens bellen, want ze heeft me nooit… haar echte naam of adres gegeven.
Misschien kun je me eens bellen… van de ene professional naar de andere.
Ik mag niet eens bellen om ze te laten weten dat hij op sterven ligt.
Als mijn vader zo druk is moet hij maar eens bellen.
Niet eens gebeld.
Ik heb die gast niet eens gebeld die me z'n nummer gaf.