Voorbeelden van het gebruik van Egoïst in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En hij is een egoïst.
Ik ben een egoïst geweest.
Wat ben je een egoïst.
Onze beste vriendin gaat om met een egoïst.
Je bent een egoïst.
Angst om in de ogen van anderen te kijken is een egoïst.
Sorry dat ik je een egoïst noemde.
Hij is een terrorist en een egoïst.
Anders zou ik een egoïst zijn.
Hij is geen egoïst.
Typisch voor jou, egoïst.
Vroeger was ik een egoïst.
Eén ding wil ik nog begrijpen. Egoïst.
En voltooi je transformatie van egoïst naar altruïst.
Dit bewijst dat hij een egoïst is.
Niemand wil egoïst zijn maar… iedereen is het wel.
Ik was egoïst maar ik kan veranderen.
Jij egoïst.
Ik ben egoïstisch geweest, Ik was zo'n egoïst.
Waarom zou ik zo'n egoïst als jij helpen.