Voorbeelden van het gebruik van Egoïst in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij is geen egoïst.
Ben ik een egoïst?
En ik ben geen egoïst.
Ben je echt zo'n egoïst, pa?
Ze is zo'n egoïst.
Je bent een egoïst en een leugenaar.
Je bent zo'n egoïst.
Jij bent de egoïst.
Jij bent de egoïst.
Ik ben een egoïst geweest.
Was hij… een egoïst?
Dat hij zelfmoord pleegde, bewijst gewoon dat hij een lafaard en egoïst was.
Jij bent gewoon 'n egoïst.
Je bent een egoïst.
Het is een egoïst.
Ze is zo'n egoïst.
Raul is een egoïst.
Ik ben meer… een egoïst.
Hij is 'n parasiet, 'n egoïst.
Je bent een egoïst, Aaron.