Voorbeelden van het gebruik van Gasthuis in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Gasthuis van het jaar winnaar.
Gerardus woonde daarna jarenlang in het Oud Burgeren Gasthuis in Nijmegen.
En het gasthuis?
En wat met jouw Oom, Gasthuis?
Ik nam mijn intrek in een gasthuis waar ook wat oude mannen woonden.
Dit gasthuis werd al in 1249 opgericht!
Het Wilhelmina Gasthuis opende in 1893.
In het gasthuis, ja.
Dat gasthuis is de trots van de basis.
Dan creëerde hij documenten die aantoonden dat hij in een gasthuis werkte.
En jouw oom, Gasthuis?
We gaan naar dat gasthuis in de verte.
Verschillende gebouwen komen erbij; het gasthuis wordt uitgebreid,
Elisabeth's of Groote Gasthuis en het Zeeweg Ziekenhuis in IJmuiden.
De Luna Gasthuis, een eenvoudige, maar zeer gezellig Gasthuis.
Het Gasthuis.
Hij woont in een gasthuis in Brampton.
Onze Lieve Vrouwe Gasthuis is slechts één van de fantastische bezienswaardigheden in Amsterdam.
De straat links van het Elizabeths Gasthuis is de Zwarteweg.
Ik zie jullie bij het gasthuis.