Voorbeelden van het gebruik van Haar haatte in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je wist hoe ik haar haatte.
Dus het was alleen ik die haar haatte?
Ik bleef van haar houden, zelfs toen ik haar haatte.
Je kunt wel stellen dat ik haar haatte, om wat ze mijn vrouw had aangedaan.
Ik begon te huilen en schreeuwde dat ik haar haatte, dat ze maar deed alsof met papa en dat ze nooit van hem had gehouden.
Ik wou dat ik haar gezegd had dat ik haar haatte… want dan was ze er misschien nog.
En als de rozenbottel werd getraceerd naar mij, iedereen wist dat ik haar haatte.
Ze wekte ook de afgunst op van de mannelijke discipelen vooral bij Petrus, die haar haatte. Hij zei ergens tegen Jezus.
Ze was van streek, ze zei dat iedereen… haar haatte en dat ze omringd was door vijanden.
En me nooit gerealiseerd dat ik ook zo kon worden. Ik heb zoveel nagedacht over alles wat ik aan haar haatte.
de haat, waarmede hij haar haatte, was groter dan de liefde, waarmede hij haar had liefgehad; en Amnon zeide zeide tot haar: Maak u op.
Of misschien Mademoiselle Claudia, die haar haatte op een overduidelijke wijze, en die hoopte om
Geef toe dat je haar haatte!
En ze stierf… Terwijl ik haar haatte.
Ik dacht dat je haar haatte. Zeker.
Ik dacht dat je haar haatte. Zeker.
Heeft u haar verteld dat u haar haatte?
Waarom zei je, dat je haar haatte?
Het bewijst dat ik haar haatte. Mijn droom.
Ik zei dat ik haar haatte en nooit van haar had gehouden.