Voorbeelden van het gebruik van Heet jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben MacKenzie. Hoe heet jij?
Heet jij Grace?
Hallo, heet jij Abernathy?
Het spijt me, hoe heet jij?
Ik ben Matt. Hoe heet jij?
Heet jij Sonja?
Heet jij Fisher?
Melissa is niemand. En hoe heet jij?
Heet jij Daniel'Pirmin' Riffert?
Heet jij Alicia?
Ik ben Henry. Hoe heet jij?
Heet jij Molly?
Heet jij Frank Irving?
Ik ben Camilla, hoe heet jij?
Heet jij Platt?
Heet jij Jean?
Ik ben Paul. Hoe heet jij?
Heet jij Jezza?
Hoi. Waarom heet jij Anjali?
Ik ben Jill, hoe heet jij?