Voorbeelden van het gebruik van Heet jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Calder Benson. Hoe heet jij?
En jij. Hoe heet jij?
Hoe heet jij?
Heet jij geen Freide?
Heet jij Gracie?
En hoe heet jij, zus?
Hoe heet jij?
Hoe heet jij?
Hoe heet jij? Violeta, met Paqui.
Hoe heet jij, kind?
Heet jij Carrie?
Hoe heet jij?
Heet jij ook zo? Piper?
Hoe heet jij? Beth Dutton.
Heet jij Georgie of zo?
Superfly. En hoe heet jij, fijne stoot?
Hoe heet jij, jongen?
Politie. Hoe heet jij, heh?
Heet jij David?