Voorbeelden van het gebruik van Jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jij brouwde altijd de beste.
Mensen zoals jij en Harold.
Jij ook. Nog niets.
Jij bent ook haar familie.
Nee, jij bedankt. Bedankt Hudson.
Probeer jij wat te rusten.
Jij gaat met haar mee.
Jij, met de snor.
Jij hebt ook een grote.
Jij en je mensen gaan voor mij werken.
Dus jij bent Hans,
Jij ook goede morgen.- Morgen.
Jij bent die enige die dat ooit heeft gedacht.
Waarom zat jij in met mij,?
Of? Of… Jij kent"of"?
Jij bent mij niet. Wat?
Jij bent volledig weggeblazen, Jack.
Jij en Rafaella.
Jij, ieder van jullie.
Door mensen zoals jij, denkt de wereld