Voorbeelden van het gebruik van Zou jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zou jij willen, meisje.
Zou jij dat doen? Echt?
Ralph, wat zou jij zeggen?
Zou jij het laten doen?
Wat zou jij doen?
Waarom zou jij in mij geloven?
Waarom zou jij het wel kunnen?
Waarom zou jij dat wel weten en ik niet?
Zou jij de hele dag met een belletje om je nek willen lopen?
Wat zou jij in mijn situatie doen?
En hoe zou jij die besteden?
Zou jij mij wel zien zitten?
Zou jij mijn tas willen meenemen?
Waarom zou jij je leven anders wagen.
Wat zou jij doen?
Wat zou jij doen?
Ethan, zou jij bij de deurklink kunnen?
Voor wie zou jij sterven?
Waarom zou jij die cijfers bekijken?
Zou jij iets met je broer willen?