Voorbeelden van het gebruik van Zullen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Die zullen ze toch niet gestolen hebben?
Zullen we herrijzen. Uit de as.
Zullen we iets te drinken bestellen?
Jullie zullen niet samen zijn. Maar, nee.
En deze keer zullen ze het krijgen.
Wat zullen ze van je denken?
Zullen we beginnen? Anders komen we te laat aan bij de poloclub.
Zullen we morgen beginnen,
Jullie zullen niet meer samen zijn, maar jullie zullen leven.
We zullen voor onszelf moeten zorgen.
Zullen we het over je werk hebben?
Ja, we zullen leven, oom Vanya.
En jullie zullen beiden vrij zijn!
Dit jaar zullen wij winnen.-We hebben 200 jaar verloren.
Ze zullen het niet begrijpen.
Zullen we spijbelen en naar de bioscoop gaan?
Zullen we het nog steeds kunnen?
Picasso en u zullen de piramiden helemaal voor uzelf hebben.
Zullen we plaats voor je maken? Je leeftijd?
Sturen zullen we ze.