Voorbeelden van het gebruik van Heet jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hoe heet jij, meisje?
Ik ben Abby. Hoe heet jij?
Hoe heet jij, mijn dochter?
Zeker. En hoe heet jij?
Hoe heet jij, nieuwe held?
Ik ben Jeremy. Hoe heet jij?
Heet jij geen George?
Ik ben Joe. Hoe heet jij?
Hoe heet jij, jongen?
Hé, hoe heet jij?
Hoi, hoe heet jij?
Natuurlijk Daniel, geen probleem. Hoe heet jij, knul?
Ik zei: Vanaf nu heet jij Kassandra.
Hallo, kleine meid. Hoe heet jij?
Heet jij Sonja?
En hoe heet jij?
Heet jij Longinus?
Hoe heet jij?
Heet jij Ding?