Voorbeelden van het gebruik van Heet in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Heet je Patriot?
Vanaf nu heet je dus Donald R. De Cicco.
Heet je echt zo, Felix?
Je heet Rachid?
Heet jij Bart?
Je heet Joe Young, hè?
Hoe heet je, hoe wordt je in dit leven genoemd?
Heet je Nana?
Heb je dat, hoe heet het ook al weer vanavond?
Hij heet Vin en je plan werkte erg goed.
Het heet Contempt.
Hij heet ook Hallinskidi in Gullintanni,
Hij heet Henri-Michel en ik heb hem ontmoet bij de Place des Vosges.
Het heet Cadmus.
Hij heet John Hsu.
Ze heet Claudia Gunns goede cijfers en een sexy kont.
Hoe heet deze griep?
Deze plek heet de Ténéré, het Land van Niets.
Hij heet Vacendak.
Ik heet Tanis nu.