Voorbeelden van het gebruik van Hem spreken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dan zullen we hem spreken.
Nee, ik wil hem spreken.
We moeten hem spreken.
Ik wil hem spreken.
Nee, ik wil hem spreken.
Ik wil hem spreken zodra hij terugkomt.
Ja, ik moet hem spreken.
Als ze geld willen,… wil ik hem spreken!
U moet hem spreken.
Ingewijde. Vija wil hem spreken.
Sorry, maar ik moet hem spreken.
Daarom moet ik hem spreken.
Hij weet het, ik moet hem spreken.
Ja, hij wil hem spreken.
Ik wil hem spreken.
De inspecteur, ik moet hem spreken.
Lading intact? De FBI wil hem spreken.
Je moet hem spreken.
Dan wil ik hem spreken.
Dan wil ik hem spreken.
