Voorbeelden van het gebruik van Hij heeft hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ja, klopt. Hij heeft hem.
Snel, hij heeft hem.
Ja, klopt. Hij heeft hem.
Hij heeft hem in de armklem.
Nee, heer, hij heeft hem hier.
Hij heeft hem in positie.
Hij heeft hem.
Hij heeft hem bijna.
Hij heeft hem uit die bezemkast gewerkt.
Laten gaan, hij heeft hem.
Drie keer. Hij heeft hem.
Hij heeft hem helemaal zelf opgeknapt.
Hij heeft hem vermoord.
Hij heeft hem geopend.
Hij heeft hem al twintig jaar.
Hij heeft hem, en jij niet.
Hij heeft hem.
Hij heeft hem.
Hij heeft hem snel uit de weg geruimd.
Hij heeft hem hier in de opslagruimte gezet.