Voorbeelden van het gebruik van Hij stak in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij stak zijn neus waar het niet hoorde.
Hij stak mijn arm in brand.
Hij stak mijn huis in brand.
Hij stak hem met de schaar.
Hij stak zichzelf in de buik en verdween.
Hij stak 'n pistool in z'n mond.
En hij stak hem uit, en zijn hand werd hersteld.
Hij stak de weg over, zo'n drie kilometer terug.
Hij stak haar kinderwagen in brand.
Hij stak een potlood in zijn oor.
Hij stak de plaats omhoog,” zei de Nieuw-Zeelander.
Hij stak me.
Hij stak mij vanwege een spelletje poolbiljarten.
Hij stak zijn hand in mijn.
Hij stak Anwhistle in brand!
Hij stak de wapenkamer in brand!
Hij stak zijn handen in de lucht!
Hij stak de kaars"Kroon van advent" in de massa voor kinderen.
Hij stak zijn vette vinger in mijn oor!
Ja, hij stak z'n tong uit.