Voorbeelden van het gebruik van Honnepon in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Waar ben je, liefje? Honnepon?
Ik hou van je, honnepon.
Je moet iets eten, honnepon.
Hallo, honnepon. Hoe bevalt het huis?
Hallo, honnepon. Hoe bevalt het huis?
Kom honnepon, laten we je baasje zoeken.
Honnepon, ik leg je alles uit.
Honnepon, wat vat je het goed op.
Honnepon met pups, najaar 2006.
Ja? Honnepon, waarom bel je me nooit?
Honnepon wacht.
Honnepon, zo kan je het niet laten met je vader.
Honnepon, waar ben je?
Ik vergeef het je van gisteren honnepon.
Ik wacht op mijn honnepon.
Als altijd, honnepon.
Mijn kleine honnepon.
Laat hem de ring maar zien, honnepon.
Mijn arme honnepon.
Mijn honnepon.