Voorbeelden van het gebruik van Hoorde je in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik hoorde je buiten aan de telefoon.
Nee. Ik hoorde je de radio.
Ik hoorde je vraag wel.
Hoorde je dat, Louie?
Yancy.- Ja. Ik hoorde je.
Ik hoorde je discussiëren op de gang.
Ik hoorde je praten.-Ja, Sam.
Hoorde je 't niet?
Hoorde je wat dr. Tassone zei?
Ze hoorde je vertellen, hoe vervelend ze was.
Ik hoorde je de radio. Nee.
Ik hoorde je negen dagen zeggen. Binnen.
Jezus! Hoorde je dat?- Lichamen!
Ik hoorde je met Ben praten.
Ik hoorde je op de radio, vandaag.- Ja?
Jezus! Hoorde je dat?- Lichamen!
T Is al goed, ik hoorde je!
Ik hoorde je praten met je ouders.
Nee, ik hoorde je, Sydney.
Jezus! Hoorde je dat?- Lichamen.