Voorbeelden van het gebruik van Illusionist in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nou, dan is het maar goed dat hij een illusionist is.
Wil je wat zien? Illusionist.
Wat deden ze? Eisenheim de Illusionist.
Dit is niet gebouwd door een illusionist.
Eisenheim, de illusionist.
Mijn illusionisten kostuum, want ik ben een illusionist.
Maar ja daar is hij ook illusionist voor.
Ik ben een illusionist.
Illusionist? Hoe heb je hem gevonden?
Ik ben de illusionist.
Illusionist? Hoe heb je hem gevonden?
Geen goochelaar, illusionist.
Hij vergat die keer dat ik illusionist wilde worden.
Ze is een meester illusionist.
Een gloednieuw effect voor de solo illusionist.
Illusionist, slangenmens gespannen koord, lopers draaien het koord van de strop vaster.
Een illusionist is geen dokter of priester?
Maar je kan deze illusionist ook inhuren voor je evenement of seminar.
Ken je een illusionist gebaamd Millini?
Als illusionist en pyrotechnicus wordt hij vaak gevraagd voor het theater.