Voorbeelden van het gebruik van Illusionist in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Herinner jij je nog waarom je een illusionist geworden bent?
Omdat hij een illusionist is.
Mijn illusionisten kostuum, want ik ben een illusionist.
Geen goochelaar, illusionist.
Herinner jij je nog waarom je een illusionist geworden bent?
Daarom ben je een illusionist geworden.
Je bent schrijver, geen illusionist.
Jij bent een illusionist.
Mr Bradley begon ooit als illusionist.
Ik ben de illusionist.
Hij is een illusionist.
Begrijpt u de functie van de assistent van een illusionist, agent Rhodes?
Je snapt toch wat de rol is van de assistente van 'n illusionist?
Deze illusionist verklapt haar geheimen niet.
Die zijn getraind als illusionist,… en ze verrichten schijnbaar bovennormale prestaties.
Toen wist ik dat ik 'n illusionist wilde worden.
Mijn jongen- De illusionist.
In 1854 ontmoette ik een illusionist in Wenen.
Hoe vond u de illusionist?
Ze is een meester illusionist.