Voorbeelden van het gebruik van Improviseer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Improviseer op het akkoordenschema van Autumn Leaves.
Dan improviseer ik.
Improviseer, je trekt je wel uit de slag.
Improviseer niet.
Als ik improviseer laat ik niks van je heel.
Improviseer, schat.
Improviseer, maar niet te veel.
Improviseer maar gewoon.
Improviseer met wat je hebt.
Improviseer met Statements en breng structuur aan in je solo's.
Dus denk anders, improviseer.
Daar ben je heel goed in. Improviseer maar.
Dit is krankzinnig. Improviseer dan.
Anders weet ze dat ik het ben. Improviseer.
Als er iets fout gaat, improviseer je.
Overwin. Pas je aan. Improviseer.
Nu moet jij leiden. Ik improviseer.
Ja… maar soms improviseer ik gewoon.
Ik improviseer.- Improviseer een broekzak.
Ik improviseer graag, en dit in combinatie met complexe technieken die een hoge concentratie vereisen.