Voorbeelden van het gebruik van Infarct in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
In Godsnaam! Als ik een infarct had zou ik dood zijn.
Bij ischemie of een vermoedelijk infarct wordt 5 ml toegediend.
Ik weet hoe een infarct eruitziet. Kijk.
Deze vernauwing kan leiden tot een infarct.
Een deel van de ontsteking is afgebroken en heeft een infarct veroorzaakt.
Hij weet dat je een infarct hebt gehad?
Het is zeker geen infarct.
Het is geen infarct.
Jaar geleden kreeg hij een infarct.
Jij hebt een infarct gehad.
ST gestegen. Ze heeft een infarct.
Mr. Estrucho stierf aan myocardiale infarct.
Het was geen infarct.
Dit is geen infarct.
Dat wordt soms myocardiaal infarct genoemd.
dood door infarct.
Ik heb u verteld over m'n infarct.
Gebruikt bij acuut myocardiaal infarct.
Zeven jaar geleden kreeg hij een infarct.
Opa heeft een infarct gehad.