Voorbeelden van het gebruik van Integendeel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Integendeel, dus.
Integendeel, Ik bel met goed nieuws.
Geestelijke aandoeningen verminderen niet met het verouderen, integendeel.
Integendeel, maar zij beseffen het niet.
Integendeel, het is een Seperatistisch beveiligings systeem.
Integendeel, door hem bleef je deze kwetsbare kleine mens.
Integendeel, mijn vriend.
Integendeel, ik vind het erg erotisch.
Dat is geen vriend, integendeel.
Integendeel, het is iets goeds voor jullie.
Integendeel, het ging meer over mij.
Integendeel, we streven juist naar een hechter partnerschap met Israël!
Integendeel, je zou hem helpen.
Maar dat stoort me niet, integendeel.
We zien geen tegenstrijdigheid tussen deze doelstellingen: integendeel zelfs.
Integendeel, zij begrijpen slechts weinig.
Integendeel, het geeft je een optie.
Integendeel, de volmaakte liefde verdrijft de angst.
Integendeel, moeder. Je hebt me alles geleerd.
O, integendeel.