Voorbeelden van het gebruik van Jagen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mannen jagen, vrouwen blijven thuis.
Die jagen het kwaad weg.
Ze jagen onze bijen weg.
We jagen met honden op herten.
De grote heer is incognito aan het jagen.
Ik ga weleens jagen met m'n zoon.
Ze jagen op onze zwakheden.
Of we jagen hem weg met Elmers aardbevingsmachine?
We jagen op de vrouwtjes.
Dan jagen we ze alleen weg?
M'n broer en ik jagen vaak om voedsel te krijgen.
We jagen met honden op herten.
Ik was aan het jagen.
We jagen ons hele leven geld en roem na.
Ik ga soms jagen met mijn zoon.
Demonen jagen op de meest kwetsbare zielen.
Of we jagen hem weg met Elmers aardbevingsmachine.
Joden! Jullie jagen ons uit onze huizen!
Jagen, nee. Sabeltijger jagen, nee.
Hij was aan het jagen.