Voorbeelden van het gebruik van Jij past in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Jij past goed in de diplomatie.
Jij past in de mal.
Jij past er nog prima bij.
En jij past bij zijn profiel.
En voilà. Eens kijken of jij past.
En voilà. Eens kijken of jij past.
Was leuk. En jij past erin.
Was leuk. En jij past erin.
Alleen jij past op haar.
Meid, jij past bij mij.
Meid, jij past bij mij.
Dan, jij past op de kinderen.
Jij past toch op de kinderen?
Jij past op Sammy, okee?
Jij past dit weekend op hem.
Jij past op Phoenix?
Jij past vanavond op Albert.
Jij past op m'n kinderen.
Dus jij past, op deze kinderen op?
Jij past er hier prima bij, Lisa.