Voorbeelden van het gebruik van Kleingeestig in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben niet kleingeestig.
Alleen iemand die heel ongelukkig is kan zo kleingeestig en wraakzuchtig zijn.
Je bent kleingeestig.
Wat lijken we kleingeestig.
Lijkt me kleingeestig.
Alleen iemand die heel ongelukkig is kan zo kleingeestig en wraakzuchtig zijn.
Dat zou kleingeestig zijn.
Het werd kleingeestig.
Het is kleingeestig en beschamend dat de EU-hulp tussen 2006 en 2007 is afgenomen.
Jullie zijn een natie van Kleingeestig, bekrompen, kortzichtige naarlingen!
Je bent niet zo kleingeestig, zoals de meeste mensen zeggen.
Kleingeestig? Betekent dat dom?
Omdat ze kleingeestig en rancuneus is.
Het is kleingeestig en triest.
Je bent een kleingeestig, boos mannetje.
Je bent een kleingeestig, boos mannetje.
Maar niet kleingeestig. Ik hoop dat de geesten daar klein zijn.
Kleingeestig en bekrompen, en… en ongelofelijk jaloers.
De pogingen om de reisduur vast te leggen zijn kleingeestig en slaan de plank volledig mis.
Je bent kleingeestig.