Voorbeelden van het gebruik van Kleintjes in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Voor de kleintjes is er een leuk afgesloten speeltuin.
De kleintjes beginnen als loopjongen.
Zelfs als kleintjes op school, op de speelplaats.
Nee, de kleintjes moet je teruggooien.
Maar voor de kleintjes is het een feestmaal.
Net als al mijn andere kleintjes.
Maar we hebben vier kleintjes en het was riskant.
Ook voor de kleintjes is het heerlijk skieen.
En onze kleintjes in gevaar brengen.
Kom, kleintjes. Neem een ijsje.
Die kleintjes moeten een achternaam hebben.
Jullie, kleintjes, gaan allerlei soorten planten verbouwen.
Hebben ze allemaal kleintjes, of doen ze maar alsof?
In deze schattige baby-outfit kunnen de kleintjes hun omgeving heel ontspannen ontdekken.
Net als al mijn andere kleintjes.
Mijn kleintjes zijn ziek.
De priester raadt dat de kleintjes in de steek zijn gelaten.
Het doet me pijn hoe de kleintjes van deze stad Stoick zijn vergeten.
Zo zie, kleintjes. Weet je wat.
Onze kleintjes kunnen niet in een busje wonen.