Voorbeelden van het gebruik van Knorrig in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
ik ben te knorrig, dat weet je.
Ik ben niet knorrig.
Helaas.''Maar ik ben knorrig en heb een baard.
Waarom ben je zo knorrig, Devil?
Geen wonder, dat je zo knorrig en dun bent.
Kom op. Ira, ben je nu knorrig?
Ze is knorrig en irrationeel.
Ben je nog knorrig?
Hassan, is hij knorrig of niet?
vlijtig en onaards, knorrig en pedant.
Geen wonder dat je zo knorrig bent.
Ira, ben je nu knorrig? Kom op?
Oh, kijk niet zo knorrig.
Ik wilde jou net hetzelfde vragen, je lijkt knorrig.
Nee, waarom zou ik knorrig zijn?
Hij is knorrig.
Hij is een klein beetje knorrig vandaag.
inhalig, knorrig en weg.
Ik ben niet knorrig.
Jij bent knorrig.