Voorbeelden van het gebruik van Kortaf in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wil ik dat ook?' vraag ik kortaf.
Echt, Grace, je was nogal kortaf.
Vond je dat je niet een beetje kortaf was?
Hij is zo kortaf tegen me.
misschien een beetje kortaf.
Hij is gespannen, maakt zich zorgen over de examen, kortaf tegen patiënten.
Elke snaar zal kortaf en duidelijk worden gehoord.
Je bent nogal kortaf de laatste tijd.
Mijn huishulp was nogal kortaf naar mij toe toen het speelde, mijnheer.
Het spijt mij, dat ik net kortaf tegen je was.
Ze was wel een beetje… Kortaf.
Ze kon soms kortaf zijn.
Hij klinkt kortaf.
Ik was inderdaad nogal kortaf.
Ik ben niet kortaf.
Sorry dat ik zo kortaf was.
Dan rijd ik niet! antwoordde deze kortaf.
Sorry dat ik zo kortaf ben.
misschien een beetje kortaf.
Hij is niet kortaf.